Verminderen intensiteit van hitte-eilanden op klimaatadaptieve manier

Tim Pleging is afgestudeerd aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU) in de richting Spatial Design. Zijn afstudeerproject ‘Cool down? Green up!’ richtte zich op de vraag hoe de intensiteit van hitte-eilanden op een klimaatadaptieve manier verminderd kan worden. Op basis van negen omgevingsfactoren wordt duidelijk hoe groot het hitte-eilandeffect op een locatie, zoals pleinen, is en wat gedaan kan worden om de temperatuur te laten dalen.

Het grootste gevolg van de verstening is het ontstaan van hitte-eilanden. Langdurige hitte heeft verschillende negatieve gevolgen, onder andere voor de gezondheid van de mens en de natuur. Tijdens een hittegolf sterven er in Nederland ongeveer vijftig mensen per dag meer. Ook steden in het buitenland krijgen steeds vaker te maken met hitte-eilanden.

Tijdens zijn onderzoek heeft Pleging van verschillende steden de opbouw en voorkomende hitte-eilanden geanalyseerd en met elkaar vergeleken. Deze analyses laten zien dat twee factoren een belangrijke rol spelen bij de verkoeling van de stad: vergroening en warmtetransport. Groen zorgt met zijn natuurlijke processen, evaporatie en transpiratie, voor verkoeling in de omgeving. Stromend water en wind zijn de twee natuurlijke vormen van warmtetransport.

Omgevingsfactoren

Op basis van de analyses zijn negen omgevingsfactoren in kaart gebracht die invloed hebben op de intensiteit van de hitte-eilanden: 1. temperatuur, 2. grondsoort, 3. percentage verharding, 4. verkeersintensiteit, 5. straatprofiel, 6. percentage beplanting, 7. water, 8. locatie in de stad, 9. hoogte van de bebouwing.

De negen omgevingsfactoren zijn toegepast op verschillende locaties. Een daarvan is het Leeghwaterplein in Den Haag, een gebied met veel bebouwing en verharding. Na toetsing van de omgevingsfactoren komt naar voren dat de intensiteit van de hitte-eilanden erg hoog is: 94,3 procent (zie foto). Door twee nieuwe situaties te schetsen, wordt duidelijk hoeveel de intensiteit verminderd kan worden. De eerste variant heeft minimale aanpassingen, de huidige verkeerssituatie wordt hierbij niet veranderd. Er worden groene gevels en bomen aangelegd en de trambaan krijgt een ondergrond van gras. Hierdoor veranderen drie omgevingsfactoren, het gemiddelde percentage van de omgevingsfactoren daalt hierdoor tot 58,6 procent (zie foto).

Utopie

De tweede variant heeft grote invloed op de huidige verkeerssituatie en schetst een utopie. Auto’s zijn uit het straatbeeld verdwenen en beplanting is hiervoor in de plek gekomen. De groene gevels zijn, net zoals de eerste variant, ook hier aanwezig. Bovendien is het water rondom het Leeghwaterplein verlengd en verbonden waardoor stromend water ontstaat. Door deze aanpassingen zijn vijf omgevingsfactoren veranderd, het gemiddelde percentage van de omgevingsfactoren daalt hierdoor tot 28,6 procent.

Dit artikel is een ingekorte versie van het artikel dat in het Mooie Pleinen magazine is verschenen.

03 april 2020

MEER UPDATES

Participatie in coronatijd: kansen en valkuilen

Hoe laat je in deze crisistijd bewoners participeren? Deze vraag stond centraal tijdens het webinar georganiseerd door Stadszaken, Stedelijk Interieur en Citisens op 27 mei.

BEKIJK PROJECT

Royale banken, groen en historische route kenmerken Piet Soerplein

Verbinden, versterken en vinden zijn drie thema’s uit het Ruimtelijk Actieplan Havelte dat ten grondslag heeft gelegen aan de herinrichting van onder meer het Piet Soerplein in het Drentse dorp.

BEKIJK PROJECT

Toonaangevend smart city project Toronto kapt ermee, hoe doen we het in Nederland beter?

Na een investering van 50 miljoen en geplande investeringen oplopend tot 1,3 miljard dollar, wordt nu toch de stekker uit Toronto’s spraakmakende slimme waterfront getrokken. Door corona zou het project niet meer rendabel zijn. Van meet af aan werd de ontwikkeling echter geplaagd door zorgen om de privacy van stedelingen. Hoe voorkomen we dat de smart city in Nederland hetzelfde lot treft? 

BEKIJK PROJECT

PARTNERS