Hoe duurzaam is duurzaam beton?

Duurzame betontegels. Wie wil het niet? Maar hoe onderscheid je duurzaam van duurzaam? Om duurzame presentaties van betonproducten transparant te maken introduceerde de branche in samenwerking met certificeringinstituut Kiwa een betonkeur. Maar dan nog is de vraag hoe duurzaam duurzaam beton daadwerkelijk is. Stedelijk Interieur vroeg het aan een circulaire expert, een toeleverancier van duurzame bestrating en een aannemer met een tracklist op circulaire projecten.

25 april 2018

Tekst: Jan Jager Beeld: Metrostation Muggenhof Neurenberg Foto: D. Popov / Unsplash

Op vrijdag 23 maart reikte de Kiwa de nieuwe Beoordelingsrichtlijn K11002, zoals het betonkeur officieel heet, uit aan een aantal producenten van betonnen bestratingsproducten. De ‘BRL’ is gebaseerd op twee pijlers: 1) Leveranciers die gecertificeerd zijn volgens de BRL zijn in staat om vanuit de zogeheten levenscyclusanalyse (LCA) van producten een milieukostenindicator (MKI) op te stellen; 2) Leveranciers kunnen aantonen dat er werkelijk geproduceerd wordt volgens de opgegeven duurzaamheidsverklaring. Het is aan de opdrachtgever of hij alleen om de MKI of circulariteit vraagt, of om beide. Kiwa toetst wat tussen opdrachtgevers en producenten/leveranciers van betonnen bestratingsmateriaal is afgesproken.

De BRL sluit aan op het moedersbestek van Bouw Circulair, voorheen Netwerk Betonketen, een samenwerking tussen granulaatleveranciers, betonbedrijven, overheden en ketenpartners. Initiatiefnemer Daaf de Kok van het netwerk: ‘Het keurmerk is een reactie op de steeds hogere eisen die worden gesteld aan duurzaamheid. We hebben gezegd dat het belangrijk is dat er eenduidigheid is in de markt. Daarmee bedien je niet alleen opdrachtgevers met duurzaamheidsambities, je haalt er ook een stuk wantrouwen mee weg tussen aanbieders onderling, doordat je een gelijk speelveld creëert. Een goede toetsing op de gemaakte afspraken door een onafhankelijk certificeringinstituut is daarbij essentieel.’

Het keurmerk zegt evenwel niets over de betonketen, benadrukt De Kok. ‘De BRL is specifiek gemaakt voor betonnen bestratingsproducten en toetst afspraken die zijn gemaakt over het aandeel secundair materiaal dat in het product is gestopt ter vervanging van zand en grind.’ Op de vraag ‘hoe duurzaam is duurzaam beton’ geeft De Kok een dubbelzinnig antwoord: ‘Heel erg duurzaam en totaal niet. Heel erg duurzaam omdat we na tientallen jaren bakkeleien eindelijk een stap hebben gezet om tot duurzaamheid te komen. En totaal niet duurzaam omdat de prestatie die nu geleverd wordt nog lang niet is wat producenten in theorie kunnen leveren.’ 

‘Geen containerbegrip’

Een van die producenten is Struyk Verwo Infra. Commercieel directeur Rinke Veld, die een belangrijke rol speelde bij de totstandkoming van de betonkeur, benadrukt dat de BRL een duidelijke garantie afgeeft rond circulariteit en CO2-reductie. ‘In aansluiting op het moederbestek mag de MKI van producten maximaal € 25,- per kubieke meter bedragen. Voor het gebruik van secundaire grondstoffen geldt minimaal 15 procent van het totaal volume. Technisch is een hoger percentage mogelijk, maar dit kan weer nadelige gevolgen hebben voor de MKI. Bovendien is de beschikbaarheid van betongranulaat nog steeds beperkt. Om die reden wordt ook gebruikgemaakt van andere secundaire grondstoffen zoals AEC-granulaat, Eco-granulaat, kalkkorrels en spoorballast. Met de genoemde 15 procent gaan de producenten van betonnen bestratingsproducten overigens veel verder dan de 5 procent die genoemd wordt in het betonakkoord.’

‘Wat ik 100 procent zeker weet is dat wij verder zijn dan producenten van ander materiaal zoals steen en asfalt. Door de BRL zijn wij transparant en helder. De BRL zorgt er ook voor dat duurzaamheid geen containerbegrip is, maar écht iets inhoudt. Dat er beperkingen zitten in het aandeel restmateriaal dat wordt gebruikt, is zo. Maar het huidige beton is al veel duurzamer dan het ooit is geweest. Dat betekent echter niet dat wij als producent vinden dat we er al zijn.’

Smart crushing

Veld schetst een toekomstperspectief van nóg duurzamer beton, door toepassing van onder meer granulaatzand. ‘Nu wordt in duurzaam beton vooral gebruikgemaakt van grindvervangers. Granulaatzand is zeer fijngemalen betongranulaat en kan dienen als zandvervanger. Echter, granulaatzand is een schaarse grondstof en dat hangt weer samen met de technische mogelijkheden die er zijn om beton te breken en de kosten die hiermee gepaard gaan. We kijken steeds meer naar mogelijkheden van slim breken (smart crushing, red.), waarbij je het beton helemaal terugbrengt tot de originele grondstoffen: zand, cement en grind. Deze techniek staat echter nog in de kinderschoenen en is vooralsnog duur.’

Veld vervolgt: ‘Een tweede opgave is CO2-reductie. De grootste vervuiler bij de productie van beton is cement. We gebruiken inmiddels duurzame cementen, maar de grootste stap kunnen we zetten door het toepassen van alternatieve bindingsmiddelen zoals geopolymeer, waarmee we al experimenteren. De pilots laten een positief resultaat zien. De kosten liggen wel hoger, maar hiermee is een forse CO2-reductie haalbaar. De BRL sluit aan bij de huidige mogelijkheden en op dit moment is dat het bijmengen van granulaat en toepassen van duurzaam cement.’

Betalen

Maar met alleen nieuwe betonproducten ben je er niet, beamen zowel De Kok als Veld. ‘Om werkelijk circulair te zijn moet je aan het begin zorgen dat betonafval op een juiste manier verwerkt wordt en terugkomt in de betonketen. Met ons concept C4C (cycle for concrete, red.) dragen we hier met een aannemer en breker zorg voor’, aldus Veld. ‘Wij zijn een groot voorstander van verdere verduurzaming van de keten, maar we kunnen het niet alleen. Als het om de totale cirkel gaat hebben we alle partijen in de keten nodig, niet in het laatst de opdrachtgever. Maar er zijn nog veel opdrachtgevers die vinden dat de markt het zelf moet oplossen.’

Daaf de Kok is het daarmee eens. Volgens hem heeft ‘de markt’ veel gedaan, maar valt of staat verdere verduurzaming van de betonketen met de bereidheid aan opdrachtgeverzijde om daarvoor te betalen. De Kok: ‘Zolang die bereidheid er niet is en met de markt geen bindende afspraken gemaakt worden over verdere verduurzaming van de keten, prijs je je als producent van nieuwe, nóg duurzamere betonconcepten al gauw uit de markt.’ 

Dit artikel verscheen eerder in Stedelijk Interieur. Gratis een digitaal exemplaar ontvangen? Dat kan hier.

Dit artikel verscheen in Stedelijk Interieur, nummer 1-2018 

Coverbeeld: Kilian Idsinga (ELBA\REC)

 

 

 

 

 

 

MEER UPDATES

Participatie in coronatijd: kansen en valkuilen

Hoe laat je in deze crisistijd bewoners participeren? Deze vraag stond centraal tijdens het webinar georganiseerd door Stadszaken, Stedelijk Interieur en Citisens op 27 mei.

BEKIJK PROJECT

Royale banken, groen en historische route kenmerken Piet Soerplein

Verbinden, versterken en vinden zijn drie thema’s uit het Ruimtelijk Actieplan Havelte dat ten grondslag heeft gelegen aan de herinrichting van onder meer het Piet Soerplein in het Drentse dorp.

BEKIJK PROJECT

Toonaangevend smart city project Toronto kapt ermee, hoe doen we het in Nederland beter?

Na een investering van 50 miljoen en geplande investeringen oplopend tot 1,3 miljard dollar, wordt nu toch de stekker uit Toronto’s spraakmakende slimme waterfront getrokken. Door corona zou het project niet meer rendabel zijn. Van meet af aan werd de ontwikkeling echter geplaagd door zorgen om de privacy van stedelingen. Hoe voorkomen we dat de smart city in Nederland hetzelfde lot treft? 

BEKIJK PROJECT

PARTNERS