Circulaire economie: beter aanbesteden, beter resultaat

Enige tijd geleden haalde Venlo de krant met de eerste circulaire rotonde. Losse componenten kunnen zo weer worden hergebruikt. Het concept is ontwikkeld door een adviseur en een aannemer die ermee aanklopten bij de gemeente. Die kwam onder het mom van ‘innovatie’ onder aanbesteding uit. Dat roept de vraag op: hoe besteed je eigenlijk circulair aan? 

04 mei 2017

Door Jan Jager, hoofdredacteur Stadszaken. Beeld: gemeente Venlo

Circulaire openbare ruimte: technisch is het allemaal mogelijk. Maar een goed resultaat begint bij goed opdrachtgeverschap. Er zijn daarbij grofweg twee uitersten: óf je legt alle eisen tot in detail vast, óf je stelt algemene doelen en laat de invulling over aan de markt.

Toch grijpen met name kleinere gemeenten nog vaak naar een ouderwets RAW-bestek: het Rationalisatie en Automatisering Grond-, Water- en Wegenbouw-bestek waarin elk straattegel nauwkeurig staat beschreven. Voor kleine aannemers kan een dergelijke bestekaanbesteding voordelen hebben. Werk is er tegenwoordig weer in overvloed. Ze hoeven zich niet te onderscheiden van concurrenten, behalve op prijs.

Maar de vraag is of die ouderwetse verhouding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer nog wel van deze tijd is, helemaal als de wensen van de opdrachtgever complexer worden. ‘Op zich is zo’n RAW-bestek een prima middel als je als opdrachtgever precies weet wat je wilt’, zegt Jasper Flapper, adviseur circulair aanbesteden bij Antea Group. ‘Wij werken op onze afdeling echter nooit met een RAW-bestek, maar proberen de markt te prikkelen tot het leveren van een optimaal circulair resultaat.’

Product of project

De vraag is hoe je zoiets abstracts als circulariteit in een uitvraag omschrijft en vervolgens meetbaar maakt. Het maakt daarbij nogal uit of het om een product of om een project gaat, stelt inkoopadviseur Wim van Druenen van de gemeente Amersfoort. Het gaat om het subtiele verschil tussen de inkoop van materialen als straatstenen, versus het aanbesteden van een complete herinrichting. De gemeente Amersfoort is onlangs begonnen met een marktconsultatie met leveranciers van betonproducten, vertelt Van Druenen. Hij was te spreken over de kennis die de leveranciers inbrachten. Die consultatie moet resulteren in een raamcontract, waarbij een leverancier voor een vastgestelde periode materialen levert waarbij een gesloten betonketen het uitgangspunt is. ‘Dat betekent dat zodra sprake is van vervanging, de uitgaande stroom met restmateriaal naar deze leverancier gaat die het zoveel mogelijk als grondstof voor nieuw materiaal moet gebruiken.’, aldus Van Druenen.

Partnerselectie

Dat raamcontract betekent dat straattegels en stoepbanden al zijn ingekocht en de aannemer die de materialen plaatst alleen nog maar de hoeveelheid hoeft op te geven. De betonleverancier is hier een soort preferred supplier. De keuze van de bestrating kan natuurlijk ook worden overgelaten aan de aannemer van het openbare werk en dus onderdeel uitmaken van de aanbesteding voor het geheel.

Een dergelijke projectmatige aanbesteding is ingewikkelder. Zo overweegt de gemeente Amersfoort de reconstructie van een zevental bestaande fiets- en voetgangersbruggen circulair aan te besteden, ‘het liefst met behulp van hergebruikte materialen’, zegt Van Druenen. En ofschoon nog niet in kannen en kruiken, opteert de gemeente daarbij waarschijnlijk voor de best value-aanpak. ‘Het is een relatief open vorm van aanbesteden, waarmee we de voor de opgave beste partij hopen te selecteren die kan helpen om de circulaire ambities van de gemeente te verwezenlijken. In eerste termijn wordt puur geselecteerd op basis van interviews.’ Het is een vorm van partnerselectie, geen projectselectie. Pas in tweede termijn wordt concreet invulling gegeven aan het project. en worden nadere afspraken gemaakt. ‘Als het dan alsnog stukloopt is er meestal nog een wachtkamerconstructie voor nummer twee. Maar daar ga je van tevoren niet van uit.’

Specifieke vraag

Een totaal andere wijze om circulaire ambities aan te besteden komt van Jasper Flapper van Antea Group, die opteert voor een specifiekere uitvraag. ‘Aanbesteden gaat om transparantie en het stellen van de goede vraag’, stelt Flapper. ‘Als je een heel algemene vraag stelt, krijg je een minder goed antwoord dan wanneer je een specifieke vraag stelt, want het is nog niet duidelijk wat de opdrachtgever écht wil.’

De oplossing die Flapper aandraagt en die in de praktijk al voor een aantal gemeenten is toegepast, lijkt kinderlijk eenvoudig: het presenteren van een referentieontwerp. ‘Hiermee toont de opdrachtgever welke oplossing hij voor ogen heeft. De inschrijvers mogen hiervan afwijken. Maar ze moeten zo hoog mogelijk scoren op de kritieke prestatie-indicatoren (KPI’s) die zijn berekend aan de hand van de Duurzaam Bouwen Calculator (DuboCalc) op basis van de nationale milieudatabase. Dit geeft nog geen compleet beeld, omdat DuboCalc slechts naar de milieukosten aan de voorkant kijkt. Daarom voegen we nog een grondstoffenpaspoort toe, waarmee we expliciet naar mogelijkheden van hergebruik kijken.’

Dan is het nog de vraag in hoeverre de markt gedane beloftes in de praktijk waarmaakt. Daarvoor geldt het adagium ‘meten is weten’, in combinatie met gefaseerde betalingen waarbij gewerkt kan worden met boeteclausules of juist met bonussen gekoppeld aan de KPI’s. Die laatste benadering heeft Flappers voorkeur. Bij de gemeente Amersfoort wordt die financiële prikkel toegepast om een partner tot extra circulaire prestaties aan te zetten.

Hergebruikt of herbruikbaar

Circulair inkopen of circulair aanbesteden valt of staat met een scherpe definiëring van een doel. Daarvoor is in eerste instantie een goed begrip van de materie nodig. Flapper onderscheidt in de basis drie niveaus van hergebruik – reuse, remanufacture, recycle – die in een aflopende schaal verlies aan toegevoegde waarde vertegenwoordigen. Als laatste beschouwt hij nog een nulvariant: niet hergebruiken. ‘Het Planbureau voor de Leefomgeving, het PBL, heeft veel onderzoek gedaan naar de betonketen. Daar wordt veel hergebruikt. Maar het is vooral downcycling. Op zich al mooi, maar het hergebruikte product heeft een deel van de waarde die er ooit is ingestopt verloren. Circulaire economie gaat over geld en waarde. Een zo hoog mogelijk waardebehoud is het doel. Of zelfs waardevermeerdering.’ De duurzame rotonde, die uit losse onderdelen bestaat die zo weer elders kunnen worden ingezet, vindt hij in dat opzicht een mooi voorbeeld.

Maar wie garandeert dat de elementen daadwerkelijk worden hergebruikt? Het grondstoffenpaspoort biedt nog onvoldoende vertrouwen, stelt Van Druenen. ‘De vraag is waar je bij een aanbesteding de nadruk op moet leggen: op het gebruik van hergebruikte materialen, of de herbruikbaarheid van nieuwe materialen in de toekomst. Het is ook een kostenafweging.’

Circulair assetmanagement

Circulair aanbesteden leidt tot hogere projectkosten, zeker een hogere initiële investering. Flapper relateert dat aan de belasting op de factor arbeid (hergebruiken is arbeidsintensief), die veel hoger is dan op het delven van nieuwe grondstoffen. ‘De wethouder kan ambitieus zijn; hij moet zijn apparaat wel meekrijgen. De inkoper aan het einde van de interne keten moet dan niet vol inzetten op de laagste prijs op het moment van inkopen.’

De dominantie van de prijsprikkel kan geëlimineerd worden door te werken met een lage plafondprijs en zwaar in te zetten op circulaire prestaties als gunningscriterium, legt Van Druenen uit. De kritische wegingsfactor voor circulariteit is volgens hem 15 procent. Flapper wil eigenlijk helemaal af van het begrip ‘inkopen’, omdat het suggereert dat kosten aan de voorkant zitten, terwijl die over de hele levenscyclus spelen. ‘Als je vanuit die hele cyclus redeneert, dan is circulair nu al vaak goedkoper.’ Van Druenen beaamt dit. ‘Vanuit de betonketen krijg ik te horen dat hergebruik gewoon een goede businesscase is.’

Dit artikel verscheen in Stedelijk Interieur, nummer 4 2017. Door Jan Jager, hoofdredacteur Stadszaken

MEER UPDATES

Kunstwerk ‘De IJsfontein’ gaf aanzet tot herinrichting

Geen Elfstedentocht in Friesland? Misschien niet op het ijs, maar wel in het water (Maarten van der Weijden) en in kunstobjecten. In het kader van het project 11fountains hebben elf kunstenaars uit elf verschillende landen ieder een fontein ontworpen voor elk van de elf Friese steden. Kunstenaar Birthe Leemeijer uit Haarlem ging verder en gaf met haar ijsfontein de aanzet voor een herinrichting van de Markt in Dokkum.

BEKIJK PROJECT

Duinrell kiest voor de Canapé Retro

Voor het vakantie- en attractiepark Duinrell heeft Erdi de nieuwe zitbanken mogen leveren. De afgelopen weken zijn de oude banken vervangen voor nieuwe Canapé Retro zitbanken. De woordvoerster van het park over de keuze voor deze banken: ‘Wij gaan voor 100 procent kwaliteit. Dat zit hem niet alleen in grote zaken, zoals een nieuwe glijbaan of een nieuwe luxe verblijfsaccommodatie.’

BEKIJK PROJECT

GroenTechniek Holland in Biddinghuizen

Na drie succesvolle edities vindt de tweejaarlijkse vakbeurs GroenTechniek Holland dit jaar van dinsdag 10 tot en met donderdag 12 september weer in Biddinghuizen plaats.

BEKIJK PROJECT

PARTNERS