Placemaking: Het verschil tussen dichte muren, levendige terrassen en geveltuinen

In Nederland is Hans Karssenberg een van de grote promotors van de methodiek placemaking. Ook internationaal speelt hij een rol bij de doorontwikkeling van de ideeën van William Whyte en Jane Jacobs uit de jaren zestig. ‘Het maakt een groot verschil of je langs een dichte muur komt, of langs terrassen, woningen met geveltuintjes, planten en spelende kinderen.’

27 augustus 2018

Doel van placemaking is om met alle betrokkenen aantrekkelijke plekken te maken. Daarbij is een levendige plint in gebouwen het uitgangspunt. Andere ingrediënten zijn: veel variëteit, een ‘hybride zone’ tussen openbaar en privé, veel ontwikkeltijd en een betrokken community. ‘Op de Amsterdamse Haarlemmerdijk heeft elke 4 meter een deur waar je in en uit kunt, van een woning, of een bedrijf.  Dan zie je dat een straat leeft. Kijk je bijvoorbeeld naar de Wibautstraat, dan is er slechts op elke 200 meter een deur’, schetst Hans Karssenberg.  

‘In ‘De stad op ooghoogte’ zijn we over placemaking en communities gaan nadenken. Het maakt een groot verschil of je langs een dichte muur komt, of langs terrassen, woningen met geveltuintjes, planten en spelende kinderen. In deze hybride zone tussen privé en openbaar ontstaat 85 procent van de spontane contacten. Het menselijke oog is gericht op beweging. Dus als je geen beweging in de plint brengt, ebt de aandacht weg. In anonieme straten als de Wibautstraat willen mensen snel weer weg. Op de Haarlemmerdijk, waar de straat elke vier meter een andere kleur heeft, wil je blijven. ‘

Boos over slechte kwaliteit

Hans Karssenberg is een van de oprichters van Stipo, een adviesbureau dat allerlei disciplines in huis heeft om samen met communities de stad te ontwikkelen. ‘We hebben Stipo eind jaren tachtig opgericht omdat we ons boos maakten over de slechte kwaliteit van de stedelijke ruimte. Vanaf het begin doen we aan co-creatie, houden we ons bezig met beleidsontwikkeling en -transformatie.’

In 2012 publiceerde met Stipo het boek ‘The City at Eye Level’ over het maken van aantrekkelijke leefbare plekken via placemaking.  De publicatie kreeg sindsdien verschillende updates, naast een Nederlandse en Braziliaanse versie. ‘Het boek vond aansluiting op een internationale scene vol geestverwanten. Op een congres kwamen we mensen tegen van het Project for Public Spaces in New York. Zij hebben nog met William Whyte (‘Social Life of Small Urban Spaces’) en Jane Jacobs (‘The Death and Life of Great American Cities’) samengewerkt, mensen die de placemaking eigenlijk hebben uitgevonden.’

Bryant Park in New York

‘Een goed voorbeeld is Bryant Park in New York, een van de mooiste plekken in de stad. Een les van placemaking is dat mensen willen zijn op plekken waar ook andere mensen zijn. Bryant Park Corporation kijkt naar de wensen van mensen en hoe ze daar activiteiten voor kunnen organiseren. Er is muziek, dans, een cultureel programma. De bedrijven rondom het park leggen jaarlijks een miljoen dollar op tafel. Het is een business improvement district, georganiseerd door het Project for Public Spaces. De restaurants investeren een deel van hun winst weer in het park. In Nederland kennen we dat nauwelijks. Ons beheer bestaat uit schoon, heel en veilig, niet uit gastvrij, aangenaam, sociaal. Daarvoor zijn nieuwe organisatiestructuren nodig. Op dit moment is het niemands verantwoordelijkheid om een goede plek te maken. ‘

Park Frankendael

Karssenberg schetst projecten in Rotterdam, Amsterdam en Utrecht waarbij Stipo betrokken is. ‘We hebben in Amsterdam Park Frankendael van de grond helpen krijgen. Toenmalig wethouder Stadig wilde er woningen bouwen, want hij zei dat er niemand ooit gebruik van het park zou maken. Het is juist een heel goed gebruikt park geworden. Op de Zuidas denken we mee hoe je de plinten van de gebouwen kunt vullen en beter kunt ontwerpen. Hoe kun je de innovatie-economie aanjagen door goede openbare ruimte te maken, waar medewerkers van bedrijven en onderzoekinstellingen  elkaar kunnen ontmoeten en ideeën kunnen uitwisselen.’ 

Utrecht Stationsgebied

In 2015 hield Karssenberg een pleidooi voor de Utrechtse gemeenteraad voor placemaking in het Stationsgebied. ‘We zijn met de gemeente bezig te kijken hoe we placemaking kunnen opzetten met alle gebiedspartijen. Het centrum van Utrecht wordt over het station heen getild. Dan moet je ook zoeken hoe je een coalitie smeedt van allerlei betrokken partijen, zoals de Jaarbeurs, de Rabobank, NS, allerlei instituties. Allemaal hebben ze er belang bij dat er veel meer menselijke maat in het gebied komt, dat het minder anoniem wordt, meer een verblijfsplek wordt en de openbare ruimte kwaliteit krijgt.’

Rijnhuizen Nieuwegein 

Stipo probeert in Nederland de financieringsmethode te introduceren, ontleend aan Bryant Park, waarbij ondernemers een deel van hun winst in de omgeving investeren. ‘In Rijnhuizen in Nieuwegein begint dat te lukken. Dat is een kantorengebied waar drie jaar geleden nog veertig procent leegstond. We zijn bezig die lege kantoren om te laten bouwen tot woongebouwen. We brengen de eigenaren in contact met de nieuwe initiatiefnemers. Stipo en Vlieger Projecten hebben samen de Club Rhijnhuizen opgezet, de eerste gebiedscoöperatie in Nederland met projectontwikkelaars, ondernemers en bewoners. We doen dat op verzoek van de gemeente, die ook een half jaar daarin heeft geïnvesteerd. Daarna moesten we op eigen benen staan.’

‘Met de meest betrokken partijen organiseren we het beheer, met onder meer de scouting en omwonenden. We hebben een zelfstandige business case ontwikkeld, een community opgebouwd en zijn met placemaking aan de slag gegaan. Er ontstaat een gemengd woonwerkgebied met zo’n 450 nieuwe woningen. De gebiedsvisie van de gemeente gaat uit van de ontwikkeling van een gemengd gebied,  door co-creatie met de gebiedspartijen. Wij zijn echt samen de stad aan het maken en zullen dat proces nog 3 jaar trekken. Het gebied groeit organisch.‘

Placemaking Sloterdijk

Sinds 2017 speelt Stipo een rol bij de herontwikkeling van het gebied rond station Amsterdam Sloterdijk, qua grootte het zesde station van Nederland. ‘De openbare ruimte is er enorm problematisch. Het is anoniem, vooral voor auto’s ingericht. Door de crisis ontstond er veel leegstand in de kantoren. Daarvan zijn er veel omgebouwd tot hotels, er zijn tweeduizend hotelbedden toegevoegd. Doel is om het gebied veel slimmer te gaan gebruiken.’

Doortrekken van het Westerpark ‘onder het station door’ en verbinden met natuurgebied De Brettenzone zou een flinke impuls voor de leefbaarheid zijn. ‘De gemeente stuurt er op aan om de nieuwbouw goed op de openbare ruimte aan te laten sluiten.  Als Stipo denken we mee en zijn ook bezig een coalitie op te zetten, met alle initiatiefnemers die al in het gebied zelf zitten samen. We proberen korte termijn successen te combineren met een lange termijn visie. In dit gebied zou het heel belangrijk zijn om het Westerpark door te trekken.  Dan zou je uit het station meteen in het Westerpark staan.  Als je het dan nog doortrekt sluit het aan op de Brettenzone. Iets verderop aan de havenkant komt een nieuwe Havenstad met zo’n 40.000 nieuwe woningen.’

‘Ik hoop dat zo’n gebied in de toekomst een bestemming wordt, en niet alleen een plek waar je op doorreis bent. Er is een nieuw nachtleven ontstaan. Bijvoorbeeld bij BRET, een nieuwe horecagelegenheid pal voor station Sloterdijk, gespecialiseerd in techno dancemuziek. Mensen hebben allerlei ideeën, maar het lukt alleen als de gemeente meedoet en ja zegt tegen initiatieven. Dat vergt ook dat de gemeente als gelijkwaardige partner in dit soort processen stapt. Maar dat geldt ook voor investeerders, scholen, corporaties, ondernemers. Iedereen moet als gelijkwaardige partner aan tafel kunnen plaatsnemen, want iedereen heeft iets te brengen.’

Het gehele interview met  Hans Karssenberg verscheen in Stedelijk Interieur magazine 1-2018. Gratis een digitaal exemplaar ontvangen? Dat kan hier

‘The City at Eye Level’ schematisch weergegeven

Straat in Stockholm biedt veel menselijke maat door de grote rijkdom aan  details op ooghoogte en de open relatie tussen binnen naar buiten.

‘De stad op ooghoogte’. Meer informatie over ‘placemaking’ bij: www.stipo.nl en www.thecityateyelevel.com

 

 

MEER UPDATES

Groene Loper Breda

Groene Loper Breda wint Falco Award Beste Openbare Ruimte

De Groene Loper in Breda is de beste openbare ruimte van Nederland. Dat hebben een vijfkoppige vakjury en 100 openbare ruimte professionals op 15 juni 2017 besloten. De groenstructuur van de Vinex-locatie Houten-Zuid en de herinrichting van het Skatepark Westblaak in Rotterdam grepen net naast de hoofdprijs. Samen met De Groene Loper waren zij uit 23 inzendingen genomineerd voor de Falco Award Beste Openbare Ruimte.

BEKIJK PROJECT

Beter aanbesteden

Circulaire economie: beter aanbesteden, beter resultaat

Enige tijd geleden haalde Venlo de krant met de eerste circulaire rotonde. Losse componenten kunnen zo weer worden hergebruikt. Het concept is ontwikkeld door een adviseur en een aannemer die ermee aanklopten bij de gemeente. Die kwam onder het mom van ‘innovatie’ onder aanbesteding uit. Dat roept de vraag op: hoe besteed je eigenlijk circulair aan?

BEKIJK PROJECT

Tour de la Biodiversité

M6B2 Tour de la Biodiversité van Maison Edouard François

M6B2 Tour de la Biodiversité van Maison Edouard  François. Deze toren van 50 meter hoogte van het project M6B2 torent sinds 2016 boven Parijs uit. Voor het gebouw is vrijstelling gekregen van de hoogte-restrictie van 37 meter op voorwaarde dat de toren ‘groen’ zou worden. 

BEKIJK PROJECT

PARTNERS