De fietser: paradepaardje van de binnenstad. Of toch niet?

De auto heeft z’n langste tijd in het stadscentrum gehad. In tijden van klimaatverandering is de fiets een heldenrol toebedeeld. Het stalen ros biedt bovendien een gezonde en sociale manier om jezelf te verplaatsen én fietsers zijn goed voor een groot deel van de winkelomzetten. Anno 2019 geldt in veel steden dan ook het adagium: ruim baan voor de fietser.

22 oktober 2019

Maar als we iets geleerd hebben van de jaren zestig en zeventig, toen het autowegennetwerk ongebreideld kon groeien, is dat ruimte grenzen heeft. Dat geldt ook voor de fiets. Maar de vraag waar deze grens ligt, is geen gemakkelijke.

Utrecht is een van de steden die momenteel druk bezig is met het terugbrengen van water en groen op plekken waar voorheen wegen lagen. Utrecht verwacht voor 2030 de grens van 400.000 inwoners te passeren. Volgens de beleidsplannen mag de hoeveelheid auto’s, ondanks de inwonergroei, niet groeien. Het openbaar vervoer en de fiets moeten een nog belangrijkere rol gaan spelen.

Winkelomzetten
Belangrijk aspect in de vraag hoeveel ruimte de fietser moet krijgen, is tevens de relatie tussen vervoersmiddelen en de opbrengst voor winkeliers. De Deense Cycling Embassy publiceerde onlangs de uitkomsten van een onderzoek waaruit blijkt dat in hoofdstad Kopenhagen shoppers die met de fiets of te voet komen goed zijn voor 49 procent van de winkelomzetten (respectievelijk 29 en 20 procent). Dat terwijl automobilisten verantwoordelijk zijn voor 36 procent en ov-reizigers voor 15 procent van de winkelomzetten. Vaker dan automobilisten komen fietsers terug in dezelfde winkels.

Hillie Talens van CROW, het kennisinstituut voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer, en werk en veiligheid, geeft aan dat fietsers en voetgangers gevoeliger zijn voor impulsaankopen. ‘Fietsers ruiken een versgebakken brood of zien een aanbieding en gaan bij een winkel naar binnen. De automobilist ruikt het brood niet en ziet een bord met een aanbieding waarschijnlijk niet eens.’

Efficiënter
Zowel Kees van Ommeren van Decisio, een economisch onderzoeksbureau dat gespecialiseerd is in bikenomics, als Talens pleiten voor een andere ruimtelijke inrichting. Volgens hen mag er nog wel meer ruimte voor de fiets komen. Ze noemen beiden fietsstraten en bredere fietspaden. In een fietsstraat ligt rood asfalt en is de auto te gast. Van Ommeren maakt duidelijk dat we niet alles kunnen doen met de fiets en dat de stad niet volledig op de tweewieler moet worden ingericht. ‘De hulpdiensten moeten nog in de stad kunnen komen. Ook die leuke spullen die in de winkelstraten liggen, komen daar niet zonder een groot bevoorradingsvoertuig.’ Hij denkt dat we in de toekomst veel efficiënter met de beschikbare ruimte omgaan. ‘Misschien vervoeren we onszelf later op compacte deelfietsjes, op slimme skeelers of steps die je op kunt vouwen en meeneemt in je rugzak.’

Deze tekst is een gedeelte uit een artikel dat staat in ROm nr.11 (magazine op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling, infrastructuur en milieu).

MEER UPDATES

Nieuw: magazine Mooi Meubilair!

In september valt samen met Stedelijk Interieur 3 de special Mooi Meubilair op de mat. Met interviews en inspirerende projectverhalen over de inrichting van de publieke ruimte. Vraag nu een gratis exemplaar aan!

BEKIJK PROJECT

Wettelijke normen lijken onontkoombaar

Circulaire pleinen. Het klinkt goed, maar wat betekent het? Hoe ontwerp je een circulair plein en hoe leg je dat aan? Belangrijk is de definitie van circulariteit, zegt Donica Buisman, directeur van Stichting RAUM die zich bezighoudt met het vormgeven van het toekomstig stadsleven. 

BEKIJK PROJECT

Participatie in coronatijd: kansen en valkuilen

Hoe laat je in deze crisistijd bewoners participeren? Deze vraag stond centraal tijdens het webinar georganiseerd door Stadszaken, Stedelijk Interieur en Citisens op 27 mei.

BEKIJK PROJECT

PARTNERS