Dit maakt een plein toegankelijk

Een plein ontwerpen of herinrichten dat voor iedereen optimaal toegankelijk is, is niet mogelijk. Er zijn immers tegenstrijdige belangen. Toch is het mogelijk om aan zo veel mogelijke voorwaarden te voldoen, zegt ‘toegankelijkheidsexpert’ Robert de Kloe.

Door Hans Bouwman. Dit is een voorpublicatie van een uitgebreider artikel in Mooie Pleinen, een magazine met diverse projectverhalen en pleinen-gerelateerde artikelen. Vraag nu uw gratis exemplaar aan!

Het begrip toegankelijkheid heeft lang in de hoek van liefdadigheid gezeten, vertelt Robert de Kloe. De Kloe is bouwkundige, architect, mede-eigenaar van PBTconsult, en gespecialiseerd in het thema toegankelijkheid met betrekking tot bouwen en ontwerpen. ‘Gebouwen werden vroeger wat aangepast om gehandicapten tegemoet te komen.’ Toegankelijkheid betekent nu toegankelijk zijn voor iedereen. Dat is het uitgangspunt van ontwerpfilosofieën als Universal Design of Design for All.

Tegenstrijdige belangen

Voor gebouwen bestaat sinds 1992 het Nederlandse Bouwbesluit, een verzameling bouwtechnische voorschriften waar alle nieuwbouw en verbouwingen minimaal aan moet voldoen. Voor de openbare ruimte is dat anders. Hoe daar gebouwd wordt, wordt in feite bepaald door de gemeenten. Hetzelfde geldt dus voor pleinen die tegenwoordig vaak verblijfsruimten zijn met mogelijkheden voor evenementen en waar iedereen toegang tot zou moeten hebben. Er zijn echter geen wettelijke eisen waar een ontwerper zich aan moet houden. ‘Gemeenten hebben meestal zelf wel een lijst met eisen en er is een norm, CROW ASVV, die civieltechnisch ingenieurs gebruiken bij het ontwerpen van een straat of plein.’

'In feite moet je als ontwerper proberen geen onverwachte situaties te creëren'

De Kloe geeft aan dat bij het ontwerpen van een plein of het herinrichten ervan, er gekeken moet worden naar diverse belangen. ‘Iemand die slecht ter been is, een rollator gebruikt of in een rolstoel zit, wil alles zo glad mogelijk hebben. Visueel gehandicapten hebben weer andere wensen. Zij willen overal randjes hebben om zich te kunnen oriënteren. Maar denk ook eens aan mensen die niet gehandicapt zijn. Als je op een plein loopt dat veel moois om zich heeft, zoals gevels, gebouwen, monumenten, bomen, dan is het logisch dat je tijdens het lopen daarnaar kijkt. Dan moet je geen obstakel inbouwen anders ga je languit. Ondernemers willen vaak dat het zo veel mogelijk vlak is want zij willen dat hun klanten onbelemmerd naar binnen kunnen kijken. Er zijn een heleboel verschillende manieren waarop je naar zo’n plein kunt kijken. Daarbij spelen ook nog andere zaken mee, zoals de afwatering. Je hebt constant allemaal van die tegenstrijdige of niet-parallel lopende belangen.’ 

Heldere routes

Bij het ontwerpen of herinrichten van een plein is het de uitdaging voor de ontwerper om een synthese te verzinnen van al die belangen. ‘De randen van een plein moet je zodanig maken dat je daar met de auto niet vlak langs komt. Meer naar het midden van het plein heb je een meer algemeen gebied met vaak een bomenrij, plantenbakken of straatmeubilair. Door een zone van een meter of tien vanaf de gevels vrij te houden bied je een strook met meer geborgenheid en veiligheid. Het is belangrijk dat je heldere routes op een plein hebt en dat je zo’n route ook voelbaar maakt door bijvoorbeeld ander vloermateriaal als cobblestones, kinderhoofdjes of grasranden, en dat ook in contrast zichtbaar maakt.’

Een ontwikkeling die tot vreugde van De Kloe weer op zijn retour lijkt te zijn, is de stramp, een combinatie van een stair (trap) en ramp (helling): brede (Potemkin)trappen die zigzaggend onderbroken worden door een hellingbaan voor rolstoelgebruikers of mensen met een wandelwagen. Dat levert volgens De Kloe meer gevaar op dan dat het problemen oplost. ‘Als je een trap op- of afloopt heb je een vast ritme. Na de eerste trede gaat je verstand op de automatische piloot. Als dan ineens een trede de helft korter is, ga je onderuit. Dat moet je dus niet doen. Die oplossingen zijn erger dan de kwaal. In feite moet je als ontwerper proberen om geen onverwachte situaties te creëren. De voorspelbaarheid op een plein moet heel hoog zijn.’

Openingsbeeld: Steve Buissinne, Pixabay

27 oktober 2020

MEER UPDATES

Nu verkrijgbaar: Mooie Pleinen 2020!

In december valt samen met Stedelijk Interieur de special Mooie Pleinen op de mat. Het magazine is voor iedereen die betrokken is bij het ontwerp, realiseren en het beheer van de openbare ruimte. Vraag nu uw gratis exemplaar aan!

BEKIJK PROJECT

Zo ontwikkel je een stad als park

Geïnspireerd door buitenlandse voorbeelden introduceerde stadmaker Martine Sluijs de term ‘parkinclusief ontwikkelen’. Binnen deze integrale gebiedsontwikkeling wordt bij (nieuwe) bebouwing gebruikgemaakt van het aanwezige landschap. Sabine Boukens formuleerde breed toepasbare inrichtingsprincipes om het concept in de praktijk te brengen. 

BEKIJK PROJECT

Dit maakt een plein toegankelijk

Een plein ontwerpen of herinrichten dat voor iedereen optimaal toegankelijk is, is niet mogelijk. Er zijn immers tegenstrijdige belangen. Toch is het mogelijk om aan zo veel mogelijke voorwaarden te voldoen, zegt ‘toegankelijkheidsexpert’ Robert de Kloe.

BEKIJK PROJECT

PARTNERS